Energielabel tussenwoning
Een tussenwoning heeft maar twee buitengevels, de voor- en de achtergevel; links en rechts zit een verwarmde buurwoning. Dat maakt de tussenwoning het compactste eengezinshuis dat er is, en verklaart waarom hij bij gelijke bouw vaak een klasse beter scoort dan de hoekwoning aan het einde van dezelfde rij.
In het kort
- Een tussenwoning heeft twee buitengevels; de bouwmuren naar de buren tellen niet mee als warmteverlies.
- De grootste verliesposten zijn dak en vloer, daarna het glas; dakisolatie levert doorgaans het meeste op.
- De meeste tussenwoningen zijn gebouwd tussen 1950 en 1980; woningen van na 1992 beginnen meestal op B of A.
- Een energielabel is verplicht bij verkoop, nieuwe verhuur en oplevering van nieuwbouw, en blijft 10 jaar geldig.
Inhoudsopgave
Uw woningtype
Wat de vorm van een tussenwoning met het energielabel doet
De rekenmethode achter het energielabel, NTA 8800, kijkt naar het verliesoppervlak van de woning: alle vlakken waardoor warmte naar buiten kan, afgezet tegen de gebruiksoppervlakte die u verwarmt. Bij een tussenwoning bestaat dat verliesoppervlak uit de voorgevel, de achtergevel, het dak en de vloer. De twee zijmuren grenzen aan de buren en gelden als woningscheidende wanden waar geen warmte doorheen verloren gaat.
Bij een doorsnee rijwoning zijn voor- en achtergevel samen kleiner dan het dak en de vloer. Daarom zit de winst bij een tussenwoning zelden in de muren en bijna altijd in het dak, de vloer en het glas. Een gevel die voor de helft uit raam bestaat, verliest bovendien meer door dat raam dan door het metselwerk ernaast.
Een tussenwoning is minder afhankelijk van de buren dan een appartement: u bezit dak, gevels en vloer zelf en beslist zelf wat u aanpakt. De enige gedeelde onderdelen zijn de bouwmuren, en die hoeven voor het label niets te doen.
| Buitengevels | Twee: voor en achter |
| Gedeelde wanden | Twee bouwmuren, tellen niet als warmteverlies |
| Grootste verliespost | Dak en vloer, daarna het glas |
| Eigendom van de schil | Volledig van uzelf |
| Wat de opname kost | €199 en €489, afhankelijk van oppervlakte |
| Geldigheid van het label | 10 jaar |
Bouwperiodes: waar de winst zit bij een tussenwoning
De meeste tussenwoningen in Nederland zijn gebouwd tussen 1950 en 1980, in de grote uitbreidingswijken van na de oorlog. Ze hebben een spouwmuur die bij de bouw leeg bleef, een hellend dak zonder isolatie, oorspronkelijk enkel glas en een betonnen of houten vloer boven een kruipruimte. Bij deze woningen is dak- en vloerisolatie de grote sprong; de spouw is vaak al eerder gevuld.
Rijwoningen uit 1975 tot 1992 kregen de eerste isolatie in de bouw mee, meestal dun, en dubbel glas. Ze staan vaak op D of C. Het dak is hier de plek waar de meeste winst zit, omdat de dunne isolatie van toen ver onder de huidige norm ligt en een hellend dak van binnenuit goed is na te isoleren.
Woningen van na 1992 zijn gebouwd onder het Bouwbesluit, en die van na 2000 in de Vinex-wijken vaak met HR-glas en een HR-ketel. Die beginnen meestal op B of A. Vooroorlogse tussenwoningen in de oude arbeidersbuurten zijn een aparte groep: geen spouw, dus geen spouwisolatie, en dan moet de winst uit dak, vloer, glas en eventueel voorzetwanden komen.
Welke maatregelen bij een tussenwoning het meest opleveren
In de volgorde van wat bij een tussenwoning doorgaans het meeste oplevert per euro:
- Dakisolatie. Het dak is het grootste buitenvlak van een rijwoning en is bij een hellend dak van binnenuit te isoleren, tussen en onder de sporen, zonder dat er aan de buitenkant iets verandert.
- Vloerisolatie vanuit de kruipruimte. Een dag werk, en het scheelt behalve in het label ook in koude voeten.
- HR++- of triple glas in de voor- en achtergevel. Bij een gevel met veel glas de grootste post na dak en vloer.
- Spouwmuurisolatie, als de spouw nog leeg is. De twee gevels zijn klein, dus de sprong is bescheiden, maar de kosten ook.
- Een hybride of volledige warmtepomp zodra de schil op orde is; de installatie weegt in NTA 8800 zwaar mee.
Bij een tussenwoning die al goed geïsoleerd is, maakt vooral de installatie het verschil tussen B en A: een warmtepomp, zonnepanelen op het achterdakvlak en ventilatie met warmteterugwinning. Onze pagina energielabel verbeteren zet de stappen in het algemeen op een rij.
Waarom een tussenwoning vaak beter scoort dan de buren op de hoek
Dezelfde rij, hetzelfde bouwjaar, dezelfde ketel, en toch een klasse verschil: dat is het effect van de derde gevel. De hoekwoning aan het einde van de rij heeft een zijgevel die bij de tussenwoning een warme buurmuur is. Bij een rijwoning is die zijgevel vaak het grootste losse muurvlak van het huis.
Voor een koper betekent dat dat een tussenwoning met dezelfde maatregelen verder komt. Voor een verkoper betekent het dat de vergelijking met de hoekwoning van de buren niet opgaat; de eigen positie in de rij verklaart een deel van het label. Hoe dat bij de hoek zit, leest u op energielabel hoekwoning.
Wat kost een energielabel voor een tussenwoning?
De adviseurs op dit platform rekenen voor een woning tussen €199 en €489, inclusief btw en registratie in EP-Online. Er bestaat geen aparte prijs voor een tussenwoning: de adviseur rekent per gebouwtype en per oppervlakteklasse, en het is de oppervlakte die het bedrag bepaalt, niet de naam van het woningtype.
Een tussenwoning is zelden erg groot, waardoor de opname meestal in het midden van de bandbreedte uitkomt; de oppervlakte van uw eigen woning bepaalt het bedrag. Wat de prijs verder opdrijft en wanneer het gratis kan, staat op energielabel kosten. Vul uw adres in de vergelijking in voor de prijzen die voor úw woning gelden.
Wanneer is een energielabel verplicht voor een tussenwoning?
Bij verkoop, bij een nieuwe huurder en bij oplevering van nieuwbouw. Een label is tien jaar geldig; is uw tussenwoning al eerder met een label verkocht, kijk dan eerst of dat nog loopt via energielabel checken. Wie is uitgezonderd en wat het kost om het na te laten, staat op wanneer is een energielabel verplicht.
Veelgestelde vragen over het energielabel van een tussenwoning
Mijn tussenwoning heeft een uitbouw aan de achterkant, wat doet die met het label?
Twee dingen tegelijk. De uitbouw vergroot de gebruiksoppervlakte, maar voegt ook nieuw verliesoppervlak toe: een extra dakvlak, een extra stuk vloer en een achtergevel die verder naar buiten staat. Is de uitbouw van na 2000 en goed geïsoleerd, dan valt dat mee en kan het label zelfs iets verbeteren. Een oude uitbouw met een plat, ongeïsoleerd dak trekt het label omlaag; dat platte dak is dan de eerste plek om aan te pakken.
Kan ik de bouwmuur naar de buren isoleren voor een beter label?
Dat hoeft niet en het helpt het label niet. Een muur tussen twee verwarmde woningen telt in de berekening als een wand zonder warmteverlies, omdat het aan beide kanten even warm is. Isoleren van die muur kan tegen geluid helpen, maar in het energielabel ziet u er niets van terug. Steek dat geld in dak, vloer of glas.
Andere woningtypen
De vorm van de woning bepaalt mee hoeveel warmte er verloren gaat. Woont u anders, lees dan de pagina voor uw eigen type.
- Energielabel appartement: uw plaats in het gebouw, de gedeelde schil en de rol van de VvE.
- Energielabel hoekwoning: de derde gevel, en wat dat betekent voor een twee-onder-een-kapwoning.
- Energielabel vrijstaande woning: vier gevels, dak en vloer tellen mee, en waar de ruimte voor verbetering zit.
Bronnen
De regels op deze pagina komen uit de officiële bronnen hieronder. Laatst gecontroleerd in september 2026.
Zelf vergelijken
Vergelijk adviseurs voor uw adres
Vul uw postcode en huisnummer in en u ziet welke gecertificeerde adviseurs bij u langskomen, met het tarief dat zij zelf vaststellen.
Gratis en vrijblijvend. U betaalt alleen de adviseur die u kiest.
Liever eerst een vraag stellen? Bekijk de veelgestelde vragen
